gedicht van Hans van Druten
Spoot


het licht brak aan scherven
door een venster,
ingelegd met glas
als met bloemblaadjes

gefluister van voetstappen op steen,
een kathedraalachtig geluid
langs 'n molenvijver als een traan
die de rivier had uitgeweend

ze droeg een glimlach als een wolf
bij een plotseling maaltje
en greep hem vast
omzoog hem diep, zo dorstig

als een oceaan
die uiteensloeg
op het strand
van zijn geest

dolken van tranen
stonden in zijn ogen
terwijl hij laaiend
zich kromd' en spoot